vaatstabiliteit
Vaatstabiliteit, ook wel vascular stability genoemd, is het vermogen van bloedvaten om hun structuur en functie te handhaven bij veranderingen in bloeddruk, ontsteking en weefselstress. Een stabiel vaatnetwerk voorkomt ongewenste lekkage van plasma, behoudt een effectieve bloedstroom en ondersteunt weefselherstel. Belangrijke componenten zijn de endotheelwand, de basale lamina met collageen IV en laminine, pericyten en, afhankelijk van het weefsel, gliale- of gladde spiercellen die samen de wand stabiliseren. Endotheelcellen vormen een selectieve barrière via eiwitten zoals VE-cadherine en tight junctions; signaleringsroutes zoals VEGF, angiopoietines en TGF-beta reguleren door middel van ontstekings- en permeabiliteitsresponsen.
Vaatstabiliteit wordt beïnvloed door hemodynamische factoren (bloeddruk, shear stress), metabole factoren (glucose en zuurstof), inflammatoire signalen
Diagnostiek en monitoring omvatten klinische beoordeling, beeldvorming van de vaten (duplex-echo, MRI/CT-angiografie) en biomarkers van endotheliale