ABOantigenen
ABO-antigenen vormen een groep koolhydraatantigenen op het oppervlak van rode bloedcellen en in mindere mate in andere weefsels en lichaamsvloeistoffen. Ze bepalen de ABO-bloedgroep: A, B, AB en O. De antigenen ontstaan uit het H-antigeen als precursor; enzymen voegen specifieke suikers toe: A-antigenen dragen N-acetylgalactosamine en B-antigenen dragen galactose. Bij de O-variant ontbreekt de activiteit van deze enzymen, zodat alleen het H-voorloperantigeen aanwezig blijft.
Genetica en biochemie: Het ABO-systeem wordt primair bepaald door het ABO-gen op chromosoom 9. A- en B-allelen
Expressie buiten de erytrocyten: Secretor-status wordt bepaald door FUT2. Secretors hebben ABO-antigenen in speeksel en slijmvliezen;
Klinisch belang: ABO-compatibiliteit is cruciaal bij bloedtransfusies en voortplantingszorg. De belangrijkste isohemagglutinines zijn anti-A en anti-B,
Subtypen en varianten: A1- en A2-subgroepen komen het meest voor; zeldzame B-subgroepen bestaan ook en hebben