bijwoordsvormen
Bijwoordsvormen zijn de vormen die bijwoorden aannemen in het Nederlands om de wijze, tijd, plaats of mate van een handeling of eigenschap aan te geven. Bijwoorden worden doorgaans niet aangepast voor geslacht of getal, maar ze kunnen wel in de trap van vergelijking voorkomen en zo een hogere of laagere mate aangeven.
De belangrijkste vormingslijnen zijn de positieve (de basisvorm), de vergrotende trap en de overtreffende trap. Voor
Er zijn onregelmatige vormen. Het bekendste voorbeeld is goed; als bijwoord is goed hetzelfde als het bijvoeglijk
Naast de trap van vergelijking kunnen bijwoorden versterkt worden met intensifiers zoals heel, erg of veel: