analogsignaal
Een analoog signaal is een continue variabele die de toestand van een bron in de tijd weergeeft. Vaak is dit een elektrische spanning of stroom die ongehinderd doorloopt en alle waarden binnen een continu bereik kan aannemen. Voorbeelden zijn geluid dat via een microfoon wordt opgepikt of een spanningssignaal dat een sensor uitstuurt. Analoge signalen kunnen verschillende vormen hebben, zoals sinus- of rampgolven, en kunnen in amplitude, frequentie of fase variëren afhankelijk van de bron.
Kenmerken van analoge signalen zijn onder meer een continu tijdverloop en een continue amplitude. Ze bestaan
Vergeleken met digitale signalen worden analoge signalen rechtstreeks weergegeven en bewerkt in hun oorspronkelijke continu vorm.
Toepassingen van analoge signalen omvatten audio- en videotechniek, radio- en telecommunicatie, sensoren en meetinstrumenten, medische apparatuur