stamvorm
Stamvorm iseen linguïstische term die verwijst naar de kern- of basisvorm van een woord waaruit vervoegingen en afleidingen kunnen worden opgebouwd. In het Nederlands is de stamvorm vooral bekend bij werkwoorden: deze vorm is meestal afgeleid door de infinitief uitgang -en van het werkwoord te verwijderen, zodat vormen zoals werk-, loop-, vind- of zing- ontstaan. Deze stam vormt de basis voor onder meer de tegenwoordige tijd (ik werk, hij werkt), de verleden tijd (ik werkte) en participia (werkend, gewerkt).
Niet alle werkwoorden volgen exact dezelfde regel. Regelmatige werkwoorden hebben een relatief voorspelbare stam, maar onregelmatige
Naast werkwoorden kan men ook spreken over stamvorm bij andere woordsoorten, hoewel het begrip daar minder