teruggaat
Teruggaat is in standaard Nederlands de derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijdsvorm van het werkwoord teruggaan. Het infinitief van de werkwoordsgroep is teruggaan, met terug als prefix betekenis “terug” en gaan als kernwerkwoord “gaan”. In de moderne spelling wordt dit type werkwoord meestal gesplitst en schrijft men de tegenwoordige tijd als gaat terug; de vorm teruggaat als één woord komt doorgaans niet voor in normatieve teksten en kan als afwijkend worden beschouwd.
Grammaticaal gezien is teruggaan een separabel werkwoord. In de tegenwoordige tijd plaatst men het scheidbare deel
Gebruik en betekenis: teruggaan betekent terugkeren naar een eerdere plek, toestand of situatie. Het kan lichamelijk
- Hij gaat terug naar huis nadat hij geëindigd heeft met werken.
- De reiziger gaat terug naar zijn geboortestad.
- Na de pauze gaat de discussie terug naar het oorspronkelijke onderwerp.