predikaatdeelwoord
Predikaatdeelwoord is de vorm van het voltooid deelwoord die als predicatief deel van het gezegde optreedt. Het maakt samen met een koppelingwerkwoord (meestal zijn, worden, blijven of blijken) deel uit van het naamwoordelijk gezegde en geeft een toestand of resultaat van het onderwerp aan. Voorbeelden zijn: Het huis is gebouwd, De deur blijft gesloten, Zij is vertrokken, De koffers zijn gepakt.
Het predikaatdeelwoord drukt een statische toestand uit die voortkomt uit een handeling of gebeurtenis. Het kan
Vorm en spelling: het predikaatdeelwoord is in principe een voltooid deelwoord. Voor regelmatige werkwoorden ontstaat dit
Verschil met attributief gebruik: het predikaatdeelwoord staat na een koppelingwerkwoord en maakt deel uit van het
Samengevat is het predikaatdeelwoord een predicatief voltooid deelwoord dat na koppeltekenwerkwoorden het onderwerp een toestand of