glycokonjugaatvormen
Glycokonjugaatvormen zijn macromoleculen waarin een koolhydraatketen covalent is gekoppeld aan een eiwit of aan een lipide. De belangrijkste categorieën zijn glycoproteïnen, glycolipiden en proteoglycanen (waarbij koolhydraatketens verbonden zijn aan een kernproteïne en lange glycosaminoglycaanketens bevatten). Glykosylatie vindt plaats via N-glycosylering (koppeling aan asparagine in een consensussequentie) en O-glycosylering (koppeling aan serine of threonine); daarnaast bestaan glycolipiden als ceramide-gebonden koolhydraten. Glycoproteïnen en glycolipiden bevinden zich veel op celmembranen, terwijl proteoglycanen vooral voorkomen in de extracellulaire matrix en in bindweefsels.
De vorming van glycokonjugaten gebeurt voornamelijk in het endoplasmatisch reticulum en het Golgi-systeem, ondersteund door enzymen
In de geneeskunde zijn veranderingen in glycosylatiepatronen geassocieerd met ziekten, waaronder congenitale glycosyleringsstoornissen en kankergerelateerde veranderingen