rijpingsperiode
Rijpingsperiode is de periode waarin een product of organisme zich ontwikkelt naar zijn volle rijpheid. In de landbouw en voedingswetenschap verwijst de term vooral naar de tijd waarin vruchten, granen, zaden, kaas of wijn de kenmerken van rijpheid bereiken, zoals veranderde smaak, aroma, textuur en chemische samenstelling. De duur en het verloop van de rijping hangen af van het soort product en van omgevingsomstandigheden.
Bij fruit maakt men vaak een onderscheid tussen climacterische en niet-climacterische vruchten. Climacterische vruchten vertonen tijdens
Verschillende factoren bepalen de rijpingsperiode: de soort en cultivar, het gewenste rijpheidsniveau bij oogst, en omgevingsomstandigheden
Praktisch gezien beïnvloedt de rijpingsperiode het oogstmoment, de opslagstrategie en de uiteindelijke kwaliteit en houdbaarheid van
Zie ook: rijping (postharvest fysiologie), ethyleen, postharvestopslag.