diefstalincidenten
Diefstalincidenten beschrijven gevallen waarin waardevolle zaken, meestal persoonlijke bezittingen, onrechtmatig worden weggenomen zonder het gebruik van geweld. In de rechtsgebieden waar de term gangbaar is, zoals Nederland en België, worden diefstal en diefstalincidenten door de politie en andere instanties geregistreerd en geoordeeld op basis van de aard van het misdrijf, het object en de intentie van de dader. Diefstalincidenten variëren van pickpocketting in drukke steden tot georganiseerde diefstal van commerciële goederen. De wetgeving definieert diefstal doorgaans als het onrechtmatig verkrijgen van een duurde eigendom met het doel deze te behouden of door te verkopen. Deze definitie geldt voor zowel privépersonen als bedrijven. Statistieken laten zien dat de frequentie van diefstalincidenten hoger is in stedelijke gebieden met grote vervoersknooppunten. Preventieve maatregelen omvatten verhoogde beveiligingscamera’s, alarmen, bewustwordingscampagnes onder bewoners en samenwerking met wijkbewoners. In de strafrechtelijke procedure worden van daders onder meer de waarde van het gestolen object, de middelen van misdaad en de omstandigheden beoordeeld. Daarbij speelt de psychologie van de dader, zoals bescheidenheid aan sociale normen of economische stress, vaak een rol in de beoordeling. Tot slot echoën veel nationale richtlijnen de noodzaak om de balans te bewaren tussen het bestrijden van diefstal en de bescherming van de rechten van de beschuldigde.