De voornaamste doelstelling is het coördineren en organiseren van onderzoek op een relevante en samenhangende manier. Een onderzoeksprogramma richt zich op strategische vraagstukken, stimuleert samenwerking tussen disciplines en instituten, en vereist duidelijke mijlpalen, verwachte resultaten en een zorgvuldige toewijzing van middelen. Het benadrukt doorgaans zowel wetenschappelijke kwaliteit als maatschappelijke impact en houdt rekening met risico's en langetermijnambities.
Een onderzoeksprogramma kent een verantwoordings- en besluitvormingsstructuur, met een programmadirectie, een of meer programmacommissies en projectteams. Er zijn duidelijke doelstellingen, deliverables en evaluatiecriteria, evenals een risicomanagement- en kwaliteitszorgsysteem. Periodieke voortgangsrapportages en evaluaties bepalen eventueel bijsturing of heroriëntatie van het programma.
Het ontwikkel- en uitvoeringsproces omvat meestal een planfase, een selectie- of toewijzingsfase (bijvoorbeeld via oproepen of top-down toekenning), uitvoering van de projecten, en regelmatige evaluaties. Monitoring vindt plaats op wetenschappelijk vlak, maar ook op uitvoeringsefficiëntie en samenwerking.
Financiering kan via competitieve toekenning, blokfinanciering of een combinatie daarvan plaatsvinden. Bij evaluatie spelen criteria als wetenschappelijke kwaliteit, impact, samenwerking, haalbaarheid en uitvoeringstijden een rol. Succes wordt gemeten aan onderzoeksresultaten, kennisverspreiding en maatschappelijke toepassingen.
Onderzoeksprogramma’s komen voor in de exacte en ingenieurswetenschappen, geneeskunde, milieu en klimaat, sociale wetenschappen en digitale infrastructuren. Ze dienen als instrument om langjarige prioriteiten te realiseren en om maatschappelijke vraagstukken systematisch aan te pakken.
---