menstruatiecycli
Menstruatiecycli beschrijven de regelmatige hormonale en fysiologische veranderingen die het vrouwelijke voortplantingssysteem ondergaat. Elke cyclus begint met de menstruatie, het verlies van het baarmoederslijmvlies (endometrium) wanneer geen bevruchte eitjes aanwezig zijn. Na de menstruatie volgt de follikelfase, waarin luteïniserende gonadotrofine (LH) en follikelstimulerende hormonen (FSH) de groei van eierstoksfollicles stimuleren. Binnen enkele dagen reikt een follicel de piek, produceert overtollige oestrogenen en stuurt een piek LH op, waardoor ovulatie plaatsvindt: de rijpe eit om de eileider. Vlak na de ovulatie vormt de corpus luteum zich, produceert progesteron om het endometrium voor te bereiden op een mogelijke implantatie. Indien geen bevruchting plaatsvindt, degenereren de follikels en daalt het progesteronniveau, waardoor de menstruatie terugkeert en een nieuwe cyclus begint.
Typisch duurt een menstruatiecyclus 28 dagen, maar een interval van 21 tot 35 dagen valt in het
Anatomisch verloopt het hele proces onder invloed van de hypothalamus, hypofyse en de eierstokken in een ingewikkeld