Akkoordfuncties
Akkoordfuncties zijn de rollen die diatonische akkoorden innemen binnen een toonsoort en harmonische structuur. In de klassieke tonaliteit worden akkoorden gegroepeerd volgens drie basisfuncties: toniek, onderdominante (predominant) en dominante. De toniekfunctie levert rust en stabiliteit; akkoorden die naar de toniek terugkeren versterken het gevoel van toonaangevend thuispunt. De onderdominante functie bereidt de beweging naar de dominante voor en fungeert als opstap naar spanning. Typische onderdominante acorden zijn II (of ii) en IV in majeur, en iv in mineur. De dominante functie creëert spanning die oplost naar de toniek, meestal via V of vii° (soms V7), en verlangt naar resolutie naar I of i.
Cadences illustreren deze functies in afsluitingen van muzikale fragmenten. Een authentieke cadens (V–I) beëindigt met een
Naast de basisfuncties bestaan er niet-diatonische of secundaire functies, zoals secundaire dominanten (V/V, V/VII) die tijdelijk
In praktijkschema’s kan men in elke toonaartaal herkennen welke akkoorden welke functie vervullen en hoe progressies