atonaliteit
Atonaliteit is een begrip uit de muziekwetenschap dat verwijst naar muziek zonder een duidelijk functioneel tonaal centrum of sleutel. In atonale muziek ontbreekt meestal een vaste tonaliteit, waardoor geen dominante en tonale relaties de muziek sturen. In plaats daarvan kan de muziek werken met alle twaalf toonwijzen of met andere organisatielijnen zoals klankkleur, ritme en registers. Atonaliteit ontstond in het begin van de twintigste eeuw als reactie op de lange duur van tonaliteit en de romantische harmonieën.
Historisch gezien markeren de experimenten van Arnold Schoenberg een keerpunt. Rond 1908–1912 werkte hij stap voor
Kenmerken van atonale muziek zijn onder meer het ontbreken van een functioneel tonale hiërarchie, een grotere