zelfassemblageprocessen
Zelfassemblageprocessen beschrijven de spontane organisatie van componenten tot geordende structuren of patronen zonder externe sturing of controle. Dit fenomeen komt voor op verschillende schaalniveaus in de natuurkunde, scheikunde en biologie. In de natuurkunde kan het verwijzen naar de vorming van kristallen uit atomen of moleculen, of de aggregatie van colloïdale deeltjes. Chemische zelfassemblage omvat het spontaan vormen van supramoleculaire structuren, zoals micellen in waterige oplossingen of de vorming van vloeibare kristallen. In de biologie is zelfassemblage een fundamenteel principe achter de vorming van complexe biologische structuren, zoals celmembranen, eiwitcomplexen en zelfs hele organismen. De drijvende kracht achter zelfassemblage zijn intermoleculaire krachten, zoals Van der Waalskrachten, elektrostatische interacties, waterstofbruggen en hydrofobe effecten. Deze krachten interageren zodanig dat de thermodynamisch meest stabiele configuratie, met de laagste vrije energie, wordt gevormd. Wetenschappers bestuderen zelfassemblageprocessen om nieuwe materialen te ontwerpen met specifieke eigenschappen, zoals geavanceerde nanostructuren voor elektronica en geneeskunde. Het begrip en de controle over deze processen bieden mogelijkheden voor zelfherstellende materialen en gecontroleerde medicijnafgifte. Zelfassemblage is een sleutelconcept in de ontwikkeling van de nanotechnologie en moleculaire machines.