basisprogrammeertalen
Basisprogrammeertalen zijn programmeertalen die vooral worden gebruikt om de kernconcepten van programmeren aan te leren. Ze bieden een toegankelijke syntaxis, duidelijke semantiek en vaak een beperkt aantal concepten, zodat leerlingen zich kunnen richten op algorithmisch denken, variabelen, controleflow, functies en soms recursie, zonder te snel te worden afgeleid door complexiteit zoals geavanceerd geheugenbeheer of prestatieoptimalisatie.
Historisch gezien speelden talen als Pascal, BASIC, Logo en Lisp een grote rol in het onderwijs. In
Andere klassieke basis talen zijn Fortran en Algol in de geschiedenis, en Scheme (een minimalistische Lisp-dialect)
Een belangrijk discussiepunt is of leerlingen zich op één taal moeten specialiseren of dat men meerdere talen
Basisprogrammeertalen blijven centraal in informatica-onderwijs omdat ze conceptuele hoofdstructuren en programmeerdenktraining leveren die onderliggend zijn aan