Dopplerradarsystemen
Dopplerradarsystemen maken gebruik van het Doppler-effect om de snelheid van objecten te meten. Het Doppler-effect beschrijft de verandering in frequentie van een golf wanneer de bron van de golf en de waarnemer ten opzichte van elkaar bewegen. In een Dopplerradarsysteem zendt de radar een radiogolf uit. Wanneer deze golf een bewegend object raakt, wordt het gereflecteerd. Als het object zich naar de radar toe beweegt, wordt de frequentie van de gereflecteerde golf verhoogd. Als het object zich van de radar af beweegt, wordt de frequentie verlaagd. De radar meet dit verschil in frequentie en berekent hiermee de snelheid van het object. Dit principe wordt toegepast in diverse gebieden. In de meteorologie worden Dopplerradar systemen gebruikt om de beweging van neerslag en wind te monitoren, wat essentieel is voor weersvoorspellingen en het detecteren van stormen. In de verkeershandhaving worden ze ingezet om de snelheid van voertuigen te meten. Andere toepassingen omvatten het volgen van vliegtuigen, schepen en zelfs medische beeldvorming, zoals Doppler-echocardiografie om de bloedstroom in het hart te beoordelen. De nauwkeurigheid van een Dopplerradarsysteem is afhankelijk van factoren zoals de signaalsterkte, de hoek waaronder het object wordt waargenomen en de kwaliteit van de signaalverwerking.